3 OKTOBER 2026 · WBSO 2027 · AANGEKONDIGD
WBSO voor AI en programmatuur: verruiming aangekondigd voor 2027
De WBSO moet beter gaan aansluiten op de ontwikkeling van artificial intelligence en moderne programmatuur. In het coalitieakkoord is een verruiming van de WBSO voor AI en programmatuur aangekondigd; RVO bevestigt dat het kabinet onderzoekt welke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Dat betekent niet dat vanaf 1 januari 2027 automatisch ruimere regels gelden voor ieder AI- of softwareproject — de concrete uitwerking is op 3 oktober 2026 nog onderwerp van onderzoek. Voor softwarebedrijven, AI-startups en ondernemingen die zelf intelligente systemen ontwikkelen is dit wel een belangrijke ontwikkeling: de huidige regels voor programmatuur stellen een duidelijk onderscheid tussen nieuwe functionaliteit en technisch nieuwe programmatuur. Juist dat onderscheid wordt door AI steeds relevanter.
STATUS · 3 OKTOBER 2026
NU
AI kan al WBSO krijgen — onder de huidige S&O-voorwaarden
AANGEKONDIGD
Verruiming WBSO voor AI/programmatuur in coalitieakkoord
NOG ONBEKEND
Concrete nieuwe criteria — onderzoek loopt; huidige regels voorlopig leidend
Daarnaast onderzoekt RVO binnen de bestaande wet- en regelgeving een meer eenduidige lijn rond prototypes; nadere informatie wordt vanaf november 2026 verwacht in de Handleiding WBSO 2027.
AI wordt steeds belangrijker binnen de WBSO
Artificial intelligence is al lang geen niche meer binnen Research & Development. Uit het WBSO-jaarverslag over 2025 blijkt dat het aantal R&D-arbeidsjaren dat samenhangt met AI in vijf jaar tijd met 77% is toegenomen. RVO constateert dat AI zowel zelfstandige technologie is als hulpmiddel bij de ontwikkeling van andere technologieën. De WBSO is technologieneutraal en kent geen aparte categorie voor AI: wie een AI-toepassing ontwikkelt, moet binnen dezelfde wettelijke systematiek aantonen dat sprake is van kwalificerend speur- en ontwikkelingswerk. Daar wringt soms de schoen — moderne AI-ontwikkeling wijkt af van klassieke softwareontwikkeling, met neurale netwerken en foundation models, machine-learningmodellen, grote taalmodellen, embeddings, probabilistische in plaats van volledig deterministische systemen, modeltraining en fine-tuning, reinforcement learning, generatieve en multimodale modellen, gespecialiseerde inference-technieken, GPU- en acceleratorarchitecturen en agents en autonome softwareketens. De kernvraag: waar eindigt het toepassen van bestaande AI-technologie en waar begint technisch nieuwe programmatuur?
Wat heeft het kabinet aangekondigd?
RVO meldt in de toelichting op de WBSO voor 2027 expliciet dat het coalitieakkoord een verruiming van de WBSO voor AI/programmatuur aankondigt. Die verruiming moet passen binnen het generieke karakter van de WBSO; er wordt onderzocht of de regeling nog voldoende aansluit op de snelle ontwikkelingen in het digitale domein. Er ligt op dit moment nog géén gepubliceerde nieuwe toetsingssystematiek waarin bijvoorbeeld staat welke activiteiten vanaf 2027 wél en niet kwalificeren — RVO formuleert het vooralsnog als een onderzoekstraject. De aankondiging betekent dus niet dat alle AI-ontwikkeling voortaan WBSO krijgt, evenmin dat het gebruik van ChatGPT, een bestaand taalmodel, een ML-bibliotheek of een AI-API vanzelf als S&O wordt beschouwd. Totdat nadere regels verschijnen, blijft het verstandig een AI-project te toetsen aan de bestaande voorwaarden voor technisch nieuwe programmatuur.
Wanneer komt programmatuur nu in aanmerking voor WBSO?
Binnen de huidige WBSO moet een onderneming zelf een technisch nieuw product, productieproces of technisch nieuwe programmatuur ontwikkelen, of technisch-wetenschappelijk onderzoek uitvoeren. Voor een ontwikkelingsproject moet onder meer sprake zijn van technische nieuwheid voor de onderneming, concrete technische knelpunten, onzekerheid over de technische haalbaarheid, eigen technische oplossingsrichtingen en eigen ontwikkelwerkzaamheden. RVO omschrijft programmatuur als het niet-fysieke logische deelsysteem van een informatiesysteem dat de structuur van gegevens en verwerkingsprocessen bepaalt, voor zover vastgelegd in een formele programmeertaal. Belangrijk uitgangspunt:
Nieuwe software is niet automatisch technisch nieuwe software
Vrijwel iedere nieuwe applicatie bevat code die daarvoor nog niet bestond — dat maakt de ontwikkeling nog geen WBSO-project. Bij technisch nieuwe programmatuur moet sprake zijn van een nieuw informatietechnologisch principe waarbij de onderneming zelf technische knelpunten oplost. Het ontwikkeltraject heeft doorgaans een iteratief karakter en kent reële technische risico's of onzekerheden. Het verschil tussen functioneel nieuw en technisch nieuw is bij AI-projecten bijzonder belangrijk.
Een AI-functionaliteit is niet hetzelfde als AI-R&D
Stel: een onderneming breidt een bestaande webshop uit met een chatbot op basis van een bestaande LLM-provider via een API. De ontwikkelaars bouwen een gebruikersinterface, een koppeling met de productdatabase, een prompt, een standaard vectordatabase, een retrievallaag en een API-koppeling met een bestaand taalmodel. Voor het bedrijf kan dit een volledig nieuwe functionaliteit zijn — maar dat betekent niet automatisch dat technisch nieuwe programmatuur wordt ontwikkeld. Wordt bestaande technologie volgens bekende methoden gecombineerd, geconfigureerd of geïmplementeerd, dan heeft het project vooral het karakter van toepassing of systeemontwikkeling. RVO noemt het toepassen, samenstellen of implementeren van bestaande programmatuur expliciet als werkzaamheden die op zichzelf niet als S&O gelden.
Wanneer kan een AI-project juist wél interessant zijn?
De situatie verandert wanneer tijdens de ontwikkeling echte IT-technische problemen ontstaan die niet met beschikbare technieken kunnen worden opgelost — bijvoorbeeld omdat bestaande technologie onvoldoende presteert ten aanzien van rekentijd, geheugenverbruik, latency, schaalbaarheid, synchronisatie, fouttolerantie, modelcompressie, inferentiesnelheid, resourceverdeling, datadoorvoer, deterministisch gedrag, parallelle verwerking, modelarchitectuur of de technische interactie tussen zelfontwikkelde componenten. Het gaat niet primair om wat de AI moet kunnen, maar om welk informatietechnologisch probleem de ontwikkelaars zélf moeten oplossen om dit mogelijk te maken.
VOORBEELD: AI-MODEL SNELLER LATEN ANTWOORDEN
Functionele wens: "Het systeem moet binnen 100 milliseconden reageren." Dat is op zichzelf nog geen technisch knelpunt. Een knelpunt ontstaat bijvoorbeeld wanneer een zelfontwikkeld model door zijn datastructuur en berekeningswijze niet binnen die grens kan functioneren en bestaande optimalisatietechnieken onvoldoende resultaat geven. De ontwikkelaars onderzoeken dan mogelijk nieuwe datastructuren, algoritmen, rekenstrategieën, partitionering, cachingmethoden, quantisatietechnieken, modelrepresentaties of parallelle uitvoeringsmethoden.
Zijn die oplossingen technisch nieuw voor de onderneming, worden ze zelf geprogrammeerd en bestaat vooraf onzekerheid of de oplossing werkt? Dan kan veel beter worden onderbouwd waarom sprake is van S&O. RVO noemt zelf het vergelijkbare principe van het nieuwe algoritme: haalt een bestaand algoritme de specificaties niet en ontwikkelt de onderneming een nieuw, efficiënter algoritme, dan kan dat kwalificeren — mits het principe daadwerkelijk in een formele programmeertaal wordt vastgelegd en ontwikkeld. Alleen bedenken of beschrijven is niet voldoende.
Machine learning, generatieve AI en LLM's
Ook bij machine learning geldt het onderscheid tussen gebruik en eigen ontwikkeling. Trainen met bestaande bibliotheken, data verzamelen en labelen, standaard preprocessing, bestaande modellen instellen of vergelijken, reguliere hyperparameteroptimalisatie, AutoML of een bestaand model op een nieuwe markt toepassen — dat alles is niet automatisch S&O; de commerciële of functionele nieuwheid is niet doorslaggevend. Bij generatieve AI is het onderscheid nog scherper: het gebruik van een bestaand foundation model via een API, prompting, prompt chaining, retrieval-augmented generation, standaard embeddings en vector search, function calling of agents op bestaande frameworks levert op zichzelf geen technisch nieuw softwareprincipe op. De centrale vraag blijft: welke concrete informatietechnologische problemen kan de onderneming met bestaande kennis en technieken niet oplossen, en welke nieuwe technische oplossingsprincipes programmeert zij daarvoor zelf? Een aanvraag moet daarom verder gaan dan termen als LLM, machine learning, neural network, RAG of agentic AI — die beschrijven de technologie, maar nog niet het technische S&O.
Wat kan de aangekondigde verruiming veranderen?
Dat is op 3 oktober 2026 nog niet bekend. RVO geeft aan dat moet worden onderzocht waar de huidige WBSO onvoldoende aansluit op het digitale domein; de verruiming moet binnen het generieke karakter van de regeling blijven. Daaruit valt niet te concluderen dat bepaalde activiteiten vanaf 2027 zonder meer subsidiabel worden. Wel is duidelijk waarom het onderwerp speelt: moderne softwareontwikkeling bestaat steeds minder uit het vanaf nul schrijven van componenten. Ontwikkelaars bouwen voort op open-source frameworks, cloudplatforms, foundation models, externe libraries, accelerators, API's, bestaande modelarchitecturen en complexe ecosystemen — technische innovatie vindt plaats in een andere laag dan bij klassieke ontwikkeling. De vraag is of de grens tussen toepassing en technisch nieuwe programmatuur nog goed aansluit op de plek waar daadwerkelijk R&D plaatsvindt.
Wat betekent dit voor een WBSO-aanvraag voor 2027?
Loop niet vooruit op een verruiming die nog niet concreet is uitgewerkt; ga bij de voorbereiding uit van de bestaande toetsingscriteria. Vijf vragen helpen de aanvraag technisch te maken:
1. Wat wordt technisch ontwikkeld? Beschrijf de softwarecomponent of het technische werkingsprincipe dat uw eigen ontwikkelaars daadwerkelijk programmeren. Niet: "wij ontwikkelen een AI-platform voor automatische documentanalyse", maar bijvoorbeeld: "wij ontwikkelen een nieuwe verwerkingslaag waarmee gelijktijdige inferentie over sterk variabele documentstructuren kan plaatsvinden zonder de huidige lineaire groei in geheugenbelasting".
2. Wat zijn de technische knelpunten? RVO vraagt expliciet naar concrete IT-technische knelpunten — niet klantwensen, functionaliteiten, gebruikersproblemen, planning, privacy-eisen, commerciële risico's of kwaliteitsdoelstellingen. Het moet duidelijk worden waarom de gewenste werking technisch niet met standaardtechnieken kan worden gerealiseerd.
3. Wat gaat u zelf technisch ontwikkelen? Koppel aan ieder knelpunt een concrete oplossingsrichting: algoritmen, gegevensstructuren, processinglogica, modelcomponenten, protocollen, rekenmethoden, architectuurcomponenten of nieuwe programmeertechnieken die uw team daadwerkelijk onderzoekt en ontwikkelt.
4. Waarom is de uitkomst technisch onzeker? Is vooraf al duidelijk hoe het probleem wordt opgelost, dan ontbreekt een belangrijk kenmerk van S&O. Er moet een reëel risico bestaan dat de gekozen aanpak technisch niet werkt.
5. Welke werkzaamheden zijn ontwikkeling en welke reguliere bouw? S&O: nieuw algoritmisch gedrag, een technisch nieuw werkingsprincipe programmeren en testen, nieuwe datastructuren, fundamentele performanceproblemen oplossen, technisch experimenteren. Niet automatisch S&O: UI-ontwikkeling, reguliere API-integratie, implementatie van standaardsoftware, data-entry, standaard databasewerk, configuratie, documentatie, marktvalidatie, functioneel ontwerp, reguliere tests, uitrol en beheer. Baken het S&O-deel binnen een groter project duidelijk af.
AI gebruiken om software te ontwikkelen ≠ AI ontwikkelen
Ontwikkelaars gebruiken steeds vaker AI als hulpmiddel: codegeneratie, copilots, automatische debugging, AI-assisted testing, code review, documentatie. Dat maakt een project op zichzelf niet technisch nieuw. De WBSO beoordeelt wat de onderneming zélf technisch ontwikkelt en welke eigen S&O-werkzaamheden worden verricht; dat er tijdens die werkzaamheden AI wordt gebruikt, bepaalt niet automatisch of een project kwalificeert.
RVO kijkt ook naar prototypes
RVO onderzoekt binnen de bestaande wet- en regelgeving of een gewijzigde en meer eenduidige lijn voor prototypes mogelijk is; vanaf november 2026 wordt nadere informatie verwacht in de Handleiding WBSO 2027. Dit kan ook voor software- en AI-projecten relevant zijn, omdat een ontwikkelingsproject binnen de WBSO in beginsel eindigt wanneer het nieuwe technische werkingsprincipe is aangetoond. Hoe de nieuwe uitleg precies wordt geformuleerd is nog niet bekend; deze pagina wordt bijgewerkt zodra RVO de Handleiding publiceert.
WBSO en AI in 2027: wat weten we nu?
AI-projecten kunnen WBSO krijgen — ja, als ze aan de huidige S&O-voorwaarden voldoen
Nieuwe afzonderlijke AI-regeling — nee
Verruiming WBSO voor AI/programmatuur — aangekondigd
Concrete nieuwe AI-criteria — nog niet gepubliceerd; onderzoek loopt
Huidige regels technisch nieuwe programmatuur — voorlopig leidend
Nieuwe lijn prototypes — in onderzoek; informatie verwacht in Handleiding WBSO 2027 vanaf november 2026
Moet u wachten met een AI-aanvraag?
Nee. AI- en softwareprojecten kunnen onder de huidige WBSO al kwalificeren als wordt voldaan aan de voorwaarden voor technisch nieuwe programmatuur of technisch-wetenschappelijk onderzoek. Wie op 1 januari 2027 wil starten, doet er goed aan projecten nu al technisch te inventariseren — voor werkgevers geldt voor een start op 1 januari de bijzondere deadline van 20 december 2026. De verdere uitwerking van de verruiming kan later worden meegenomen zodra RVO meer informatie publiceert. Zie ook WBSO 2027 – alle aangekondigde wijzigingen.
Een AI-project voor de WBSO laten beoordelen?
Bij AI- en softwareprojecten is de technische afbakening vaak bepalend. Een aanvraag die vooral functionaliteiten beschrijft — automatische classificatie, intelligente zoekfunctie, chatbot, voorspellend model, generatieve AI, recommendation engine — maakt nog onvoldoende duidelijk waarom sprake is van S&O. Klaren Subsidieadvies beoordeelt AI- en softwareprojecten vooraf op de technische aspecten en vertaalt de ontwikkeling naar een WBSO-projectbeschrijving die aansluit bij de beoordelingssystematiek van RVO. Wat lukt technisch nog niet, waarom lossen bestaande technieken dat niet op, welke eigen softwaretechnische oplossing wordt onderzocht — en waarom is vooraf onzeker of die werkt?
Veelgestelde vragen over WBSO en AI
Valt artificial intelligence onder de WBSO?
Wordt de WBSO voor AI in 2027 verruimd?
Is het bouwen van een AI-app automatisch WBSO?
Komt het gebruik van ChatGPT of een LLM-API in aanmerking?
Is prompt engineering WBSO?
Kan het ontwikkelen van een nieuw algoritme WBSO zijn?
Kan machine learning onder de WBSO vallen?
Geldt WBSO ook voor generatieve AI?
Wanneer worden de nieuwe regels bekend?
INHOUDELIJK GECONTROLEERD DOOR PETER KLAREN · WBSO-SPECIALIST SINDS 2004
LAATST INHOUDELIJK BIJGEWERKT: 3 OKTOBER 2026
Bronnen: RVO — WBSO in 2027: aangekondigde wijzigingen (verruiming AI/programmatuur, onderzoekstraject) · RVO — Handleiding WBSO 2026 (criteria technisch nieuwe programmatuur, technische knelpunten, werkingsprincipes) · RVO — Projectformulier WBSO ontwikkelingsproject programmatuur · RVO — Focus, Jaarverslag WBSO 2025 (R&D-arbeidsjaren AI +77% in vijf jaar).
Lees dit nieuwsbericht ook in een andere taal
Dit artikel is ook beschikbaar in: English versionDeutsche VersionVersion française.